Het muurvaste tijdelijke contract

Je hebt eindelijk werk. O.k., het is een tijdelijk contract van een jaar dus zekerheid biedt het niet, maar veel heb je niet te kiezen op dit moment. Vol goede moed ga je van start, maar al snel blijkt dat de sfeer binnen het bedrijf allesbehalve optimaal is; collega’s zijn niet collegiaal en je baas blijkt een bullebak. Da’s een flinke tegenvaller.

Maar dan, als een geschenk uit de hemel, komt opeens de baan voorbij die je altijd al wilde hebben. Leuk werk, goed salaris, lekker dicht bij huis en ook nog eens gelijk een vast contract. Als je wilt kun je gisteren al beginnen.

Je gaat naar je bullebakbaas, legt hem het verhaal uit en vraagt hem of hij je aan je opzegtermijn wil houden of dat je misschien nog iets eerder weg kan. “Opzegtermijn?”, antwoordt je baas, “je hebt helemaal geen opzegtermijn, je moet gewoon een jaar blijven.”

Geen opzegtermijn?! Hoezo, je wist toch zeker dat je opzegtermijn een maand was, dat had je zelf nog op internet gevonden:

Artikel 672

1. Opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst of door het gebruik een andere dag daarvoor is aangewezen.

2. De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:

a. korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;

b. vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;

c. tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden;

d. vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.

3. De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt één maand.

Daar stond het toch duidelijk, onder punt 3: de werknemer heeft een opzegtermijn van een maand! “Ja, maar dat geldt alleen voor vaste contracten, en jij hebt een jaarcontract,” is de reactie van je baas. Hoe je echter ook kijkt, nergens zie je staan dat dit alleen voor contracten voor onbepaalde tijd geldt. Daar komt bij dat je baas je vóór en tijdens het tekenen van het contract ook nooit gezegd heeft dat je niet tussentijds weg zou kunnen.

Toch heeft je werkgever gelijk. Ergens anders in de wet staat namelijk – enigszins verstopt – dat je een tijdelijk contract alleen tussentijds kunt opzeggen als dat uitdrukkelijk schriftelijk is afgesproken. Zo niet, dan kun je pas weg als het contract is afgelopen. Lekker is dat,  je droombaan gaat aan je neus voorbij en in plaats daarvan zit je nog bijna een jaar vast aan die rotbaan!

Het voorgaande is helaas een situatie die regelmatig in de praktijk voorkomt. Werknemers weten vaak helemaal niet dat ze bij een tijdelijk contract meestal niet tussentijds weg kunnen. Ik heb hierover onlangs een mini-enquete gehouden op straat. Op de vraag “welke opzegtermijn geldt er als je een jaarcontract hebt” antwoordden 22 van de 30 ondervraagde mensen dat dit (waarschijnlijk) een maand was. En op de toch al wat sturend geformuleerde vraag “kun je een jaarcontract tussentijds opzeggen” antwoordden nog  steeds 14 van de 30 mensen dat dit gewoon kon met inachtneming van een opzegtermijn (van de overige 16 twijfelden er 6).

Zoals gezegd: verbazend is deze uitkomst niet. De wet is op dit punt (voor een niet-jurist) nogal verwarrend. Bovendien is het voor de gemiddelde werknemer ook vrij onlogisch dat je met een tijdelijk contract aan de ene kant al weinig zekerheid hebt over je baan in de toekomst, en aan andere kant ook nog eens niet tussentijds weg kunt (b.v als je elders wél die vaste baan kunt krijgen). En dat terwijl het met een vast contract op beide punten juist precies andersom is: én meer zekerheid, én de mogelijkheid op te zeggen wanneer je wil.

Ik vind dit een volledig onaanvaardbare situatie die niet (langer) past bij de arbeidsmarkt van nu. De wettelijke regeling m.b.t. het tijdelijk contract en de tussentijdse opzeggingsmogelijkheid is een typisch voorbeeld van starre juristerij die in de praktijk telkens weer – volkomen onnodig – problemen blijft veroorzaken. Natuurlijk, vaak lost het zich in de praktijk uiteindelijk wel op omdat ook de werkgever niets heeft aan een werknemer die liever weg wil, maar dat gaat dan – zo weet ik uit mijn praktijk – doorgaans zeker niet zonder slag of stoot (en met soms zeer grote, onredelijke offers van de werknemer).

En dat, terwijl de oplossing zo eenvoudig is. Waarom zouden we immers niet gewoon in de wet de tussentijdse opzegmogelijkheid bij tijdelijke arbeidsovereenkomsten standaard toestaan, en partijen daarbij de mogelijkheid geven om schriftelijk af te spreken dat die tussentijdse opzegmogelijkheid tussen hen niet geldt?  Het is toch veel zuiverder als partijen dit soort belangrijke belemmeringen expliciet (en aantoonbaar) met elkaar moeten afspreken in plaats van het risico te laten bestaan dat hierover in een later stadium verwarring ontstaat, met alle ellende van dien?

Zeker nu in deze ‘crisistijd’ vrijwel elk contract dat wordt afgesloten een tijdelijk contract is, zou wat mij betreft de wettelijke regeling m.b.t. arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd op dit punt zo snel mogelijk moeten worden aangepast. Er zijn veel arbeidsrechtelijke onderwerpen waarover in de politiek zeer verschillend wordt gedacht, maar ik kan vooralsnog geen enkel argument bedenken waarom over dit specifieke onderwerp tussen partijen onenigheid zou kunnen bestaan.

Het zou de wetgever dan ook sieren als zij deze handschoen oppakt en dit ‘foutje’ zo snel mogelijk even wegpoetst. Zo moeilijk en kostbaar is dat niet. Sterker nog: de komende herziening van het ontslagrecht vormt een uitgelezen kans om ook dit mee te nemen. Dat we daar – althans van regeringskant – helaas niets van hoeven te verwachten bewijst de reactie die ik onlangs van het Ministerie van SZW ontving:

Uw vraag met betrekking tot de tussentijdse opzeggingsmogelijkheid van tijdelijke contracten is ons niet geheel duidelijk. Wij verzoeken u om uw vraag toe te lichten, door aan te geven wat u precies zou willen veranderen in het arbeidsrecht. Kunt u toelichten wat de kern is van uw bericht? Wilt u dit als mening kenbaar maken of is dit ter kennisgeving bedoeld?

Tja. Maar vooruit, toch maar een nadere toelichting dan, met als resultaat het volgende antwoord:

Uw individuele bericht en mini-enquete brengt ons echter nog niet tot de conclusie dat de huidige regeling tot problemen zou leiden. Tot op heden ontvingen wij geen andere signalen die daarop duiden. Als u van mening bent dat de door u geschetste problematiek van dien aard is dat de wet aangepast moet worden kunt u dit het beste zelf aankaarten bij een politieke partij van uw keuze en overeenkomstig standpunt. Via de website van de Tweede Kamer kunt u in contact komen met de fracties in de Tweede Kamer.”

Het piepsysteem vindt dus dat ik niet hard genoeg piep. Dan maar een mailtje naar alle politieke partijen. De enige die inhoudelijk reageert is de SP. Daar heeft men iemand die er duidelijk verstand van heeft:

“Bedankt voor uw e-mail aan de SP Tweede Kamerfractie. In het wetsvoorstel rond flex van de regering is een wettelijke opzegtermijn van 1 maand opgenomen voor tijdelijke contracten. De werkgever moet dit schriftelijk doen en maximaal een maand loon doorbetalen indien hij hier niet aan voldoet. Dit is wat ons betreft ene verbetering. Het schrappen van het de opzegtermijn voor een werknemer staat hiermee op gespannen voet.”

Tja, als dit het niveau is, dan houdt het op voor mij. Ik heb er genoeg tijd aan besteed en ga weer werknemers helpen die vast zitten aan hun tijdelijke contract. Als het aan de regering en de politieke partijen ligt, heb ik daarmee de komende jaren nog genoeg werk….

 

 

 

Comments are closed.