Gewraakt, maar geen wraak

We hadden een sterke zaak. De werkgever wilde van mijn klant af omdat deze niet goed zou functioneren, maar het dossier was flinterdun. Op de door de werkgever aangevoerde feiten viel al het nodige af te dingen, maar ons sterkste punt was dat de werkgever mijn klant nooit in de gelegenheid had gesteld zijn functioneren te verbeteren. In plaats daarvan diende de werkgever onmiddellijk een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter.

Na eerst een uitgebreid verweerschrift te hebben ingediend kwam de zaak op zitting bij de kantonrechter in Apeldoorn. En toen begon het.

Nog voordat partijen de gelegenheid hadden gekregen hun standpunten toe te lichten, nam de kantonrechter het woord. Hij vertelde dat, als een werkgever duidelijk te kennen heeft gegeven hoe dan ook van een werknemer af te willen, de arbeidsverhouding alleen al daardoor zo verstoord is, dat er een einde dient te komen aan het dienstverband. Punt. Er viel eigenlijk alleen nog maar te praten over de hoogte van de vergoeding, dus of partijen maar even de gang op wilden gaan om dat te regelen.

Mijn mond viel open van verbazing. Ik kende deze kantonrechter inmiddels wel een beetje en wist dat hij af en toe wat kort door de bocht en nukkig kon overkomen, maar dit sloeg werkelijk alles. Weg kansrijk verweer, weg baan en – ook niet onbelangrijk – weg onderhandelingspositie voor mijn klant. Immers: het ontslag had de werkgever al gratis en voor niets op zak, daarvoor had hij niets anders hoeven doen dan simpelweg zeggen dat hij van de werknemer af wilde. Bij deze kantonrechter was dat (althans vandaag) kennelijk voldoende.

Mijn hersens draaiden op volle toeren. Hoe kon ik dit het beste aanpakken? Maar eigenlijk wist ik het al lang. Ik begon met de vraag aan de griffier of zij de opmerking van de kantonrechter letterlijk en volledig wilde opnemen  in de zittingsaantekeningen, omdat ik deze opmerking beschouwde als een grond voor hoger beroep. Want hoewel hoger beroep tegen ontbindingsbeschikkingen normaal gesproken is uitgesloten, viel de opmerking van de kantonrechter onder de in de rechtspraak bekende uitzonderingsgevalllen. Immers: door te oordelen dat de arbeidsovereenkomst hoe dan ook ontbonden diende te worden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding voegde de kantonrechter zelf een ontbindingsgrond toe aan het verzoek, en dat mag niet. De werkgever had namelijk alleen maar ontbinding gevraagd wegens disfunctioneren.

Maar daarmee was ik er nog niet. De kantonrechter begon namelijk al wat nukkig te mompelen dat, als ik het dan per se wilde, de zaak heus nog wel inhoudelijk verder kon worden behandeld. Uiteraard viel daar bij deze rechter geen heil meer van te verwachten; hij had zijn oordeel al lang gegeven. Er was dus eigenlijk nog maar één optie. Ik overlegde even kort met mijn klant, schraapte vervolgens mijn keel en diende een mondeling wrakingsverzoek in.

Even was het stil. De advocaat van de werkgever keek me stomverbaasd aan. De kantonrechter’s ogen spuwden vuur en de griffier deed een moedige poging om zo neutraal mogelijk te kijken. Het was duidelijk: dit ging lukken. De kantonrechter overlegde nog even met de griffier en gaf toen aan dat hij zich zou terugtrekken en de zaak zou overdragen aan een collega. Veel meer dan een uur zou de andere rechter niet nodig hebben om het dossier te lezen, en dan zouden we ergens die middag weer verder kunnen met de zaak. Aldus de gewraakte kantonrechter.

Maar ook die vlieger ging niet op: het leek mij immers wel van een goede procesorde getuigen om gewoon een nieuwe zittingsdatum te plannen, zodat de nieuwe kantonrechter de zaak rustig kon voorbereiden en mijn klant niet – nogmaals – de indruk zou krijgen dat zijn zaak maar een beetje werd afgeraffeld. Weer keek de kantonrechter mij grimmig aan, maar uiteindelijk stemde hij in met een nieuwe zittingsdatum.

En dus stonden we een paar tellen later op de gang. De advocaat van de werkgever kwam naar me toe. “Dat je dat durft zeg, petje af, ik zou het denk ik niet gedaan hebben. ” En tja, helemaal ongelijk had hij natuurlijk ook weer niet: die kantonrechter kom je ongetwijfeld nog veel vaker tegen. Aan de andere kant geloof ik echt niet dat kantonrechters hun eventuele persoonlijke opvattingen over juristen en advocaten gaan afwentelen op hun klant. En inderdaad: in latere zaken heb ik deze kantonrechter niet kunnen betrappen op enige wrok jegens mij.

Hoe het verder ging? De nieuwe kantonrechter wees het ontbindingsverzoek af omdat de werkgever de werknemer (inderdaad) niet een eerlijke kans had geboden zichzelf te verbeteren. Naar aanleiding daarvan heeft de werkgever de werknemer uiteindelijk een dusdanig beëindigingsvoorstel gedaan, dat het voor de werknemer de moeite waard was om alsnog afscheid te nemen van baas en baan. Het laat zich raden dat deze regeling uiteindelijk heel wat substantiëler was dan mijn klant ooit (al dan niet op de gang) bij de gewraakte rechter zou hebben kunnen krijgen….

Comments are closed.